[ 1]  [Titelkupfer] Scheeps Bow en Bestier dor N. Witsen. Romani de Hooghe inv. et fecit.       
[ 2]  [Titelseite] Aeloude en hedendaegsche Scheeps-bouw en bestier, Waer in wijtloopigh wert verhandelt de wijze
[ 3]  van scheeps-timmern by Griecken en Romeyen: Scheeps oefningen, Strijden, tucht, Straffe, Wetten en
[ 4]  gewonnten. Benevens evenmaetige grootheden van Schepen onses tijts ontleet in alle hare deelen, verschil
[ 5]  van bowen tusschen uitheemschen en onzen landaert: indisch Vaertuygh, Galey-bow, hedendaegsche Scheeps–
[ 6]  plichten, verrijckt met een reex verclaerde Zeemansspreeck worden en benamingen, beschreven door
[ 7]  Nicolaes Witsen t' Amsterdam bij Casparus Commelijn; Broer en Jan Appelaer Book verkoopers Anno 1671 fol.
[ 8]  [Aen den Leser, II] Il Commendatore Carlo Antonio
del
dal
Pozzo eques Romanus
soliden
autori misit veteres navium figuras ex marmoribus
[ 9]  et nummis. Item collectanea Pyrrhi Ligorii equitis neapolitani collectanea.       
[10]  [III] Tjassens Scheepbestier of politie         Scheeps timmering Bartholomaei Crescentii Romani Invinitur et liber
[11]  Italicus salis grandis hoc sit. Del vera et reale arte della navigatione del governo e disciplina del mare, et di la
[12]  combattere in armate esquadrone, Romae editus. Et alius Florentiae cui tit. l'Architettura nautica divascelli etc.       
[13]  De Gallicarum navium structura et regimine P. Fournier, item Hobier; in Germanico, Jos. Furtenbach, et Leonh.
[14]  Fronsperger. [V] Dicit nullas hodie cartes arcanas esse, Indiae? itineris, omnia nota Batavis et aliis sciri, nectamen
[15]  posse alios eos itnisori? olim Groenlandiam tantum Biscaini adirant. [VI] Ait
apud
patrem suum Cornel. Witsen
[16]  se reperisse multas figurarum Nauticarum delineationes. [Widmung und Elegia] Adjecti versus Sam. Tennullii professoris universitatis Noviomagentis
[17]  Witsen J.V.D. et senator Amstelodamensis.       
[18]  [S. 13] M. Meibomius ad Vitruvium
Jac.
Palmeris ad memnonis fragmentum de
re nautica
?ibus
videri possunt. Palmerius servitur Meybomium.       
[19]  pag. 47. [S. 47] ziet by Wechelus in zijn boek gesta DEi per francos. Cum sit liber tantum typographus.       
[20]  pag. 141 [S. 141] habet propositiones quasdam de navium
situ, ubi
motum, et velis ubi
supponit, ventum agere in linea non
[21]  oliquitatis suae, sed ad velum perpendiculari, ut ut ab velum cd ventus, navis impelletur in de.       
[22]  Witsen Nautis. p. 1. pag. 177 [S. 177] tweegekielt schip, nevens andere ongemeene Scheeps gebowen - il n' y a pas long temps, dit
[23]  il, qu' on a mis a Londres un vaisseau en mers qui estoit a double fonds. Sans ballast on lest, il entroit dans l'eau à 7 1/2 pieds.
[24]  Et voila la construction, on bastissoit deux petits vaisseaux leur (Kielen) fonds sur l'eau, et
par
jointes? l'un a l'autre par
le bord
[25]  chaque fond de 80 pieds. Le vaisseu tont entier 32 pieds de largeux, 14 de creux on de profondeur. Il portoir 50 pieces de
[26]  canon, 300 hommes, et des provisiones pour trois mos, of wanneer last droeg 50 Engelsche tonnen. Il estoit bon voilier,
[27]  dont ls? raisons estoit, la multitude des coiles, et la legereté du bastiment. L'eau passant entre deux fonds weerhielt
[28]  hem van het afdrijven en omflaen. De Kiel was met uistekende houten
voortien
voorzien
, die het
[29]  Schip voor stoten tegen te grond behoeden. Geen Schip luisterte ? zo wel nae zijn roer als dit, en
[30]  zuleks om dat het water, t'geen tusschen beede doorgong, het roer floeg met een zer groeten drifft en vaert.
[31]  Het Schip was kantig en niet ront van beloop, waeromb by de bowersgeoordelt
wird
wiert
, dat
[32]  het vaster op't water most leggen als andre
Scheepen
Schepen
, en by gevolg zijn onderste shot by quaet weder
[33]  zo wel gebruiken, als het bovenste. Binnewaerts tusschen
beyde
beide
Kielen in, kommen by stilte zoo wel
[34]  roeien als buitewaerts, t'geen en snellen loop aen het Schip veroorsaekte.       
[35]  Dese fond schiint niet ongeliikte zyn das Schip't welck twee voorsteevens hadde, waer tusschen zeker
[36]  wercktuig in t'water nader liet, 't geen by twee mannen op het Schip staende wiert omgedraeit
[37]  waer mede de vaert wierd
verdraegt
vertraegt
of verhaest.       
[38]  Indien men schepen wilde maken, die zonder lossen van hunnen last over droogtens ondiepten
[39]  konnen varen, zo maektmen en dubbelden boden, daer men lederne Zacken tusschen brengt, die
[40]  met blaes-balken opgeblazen konnen werden. Wanneer dan dese zacken voll wind zullen
[41]  dan zal het Schip
zijsen
riizen
en driftiger werden als voor heen.       
[42]  Met scheppers zoudemen op veelerleie wiise schepen konnen toestellen, die by een of meer
[43]  mannen bewogen konnen werden, welk traag of
snell
snel
voort zoude gaen na het
getae
getal
van de raderen,
[44]  en de macht die daer aen wierde gestelt.         By zeckre Jesuit in Duitslant is ervonden
[45]  een zeil 't geen geliik een molen om een masst of spil die op het schip sstaet, von de wind gedraeit worden,
[46]  deze spil beweegt onder eenige Sheppers, of riemen, die het Schip sijn voortganck toen hebben.
[47]  Het zeil bestaet in 3 of 4 vlercken, die om den spil voornoemt konnen werden gedraeit, hoe het
[48]  waeyen von de wint oock moge zijn. Het stellen van deze raederen, en hoe men den loop
[49]  vertragen (retardare) of verhaesten kan, met de tanden van het rat te verminderen of vermeerdern,
[50]  [pag. 178] gelieft volmaeckteliik te zijn by de vermaerden Schottus.         Vanum esse videtur, quod Drebel
[51]  et Mersennus dixere posse sub aqua navigari hausto? aere per natatiles in summo tubos coriaceos.       
[52]  Novis helicensis rotis acta, et hominum vi, et Roterodamensis, inutiles fuere. Op't he Rhosne
[53]  men Shepen
vind
vint
, waer een sleuf onder midden doorgaet, die door-togtaen t'water geeft, welk water
[54]  een rad om driift, t' geen boven aen een spil een
tow
touw
opwint, welck touw een stuck-weegs
[55]  voor uyt aen lant vast is, en dus moet het Schip nootwendigh tegen stroom op voortgaen, zoo lang,
[56]  tot das het tow geheel om de spil gewonden is, als wanneer men het zelvige weder los maeckt, en voor uyt
[57]  brengt, op dat het weder om de spil gewonden werde, en het Schop soo doe vortgaen.       
[58]  Bessonius exemplo Vitruvii navim delineavit, quae iter percursum sine ulla nota externa. scilicet in navis
[59]  apertura, qua intrans aqua aget rotas ad indici applicatas.       
[60]  Utilis est
navis Amstelodamensis
het Amsterdamsche modder-molen Schip
, quod quotidie 50 usque ad 60
[61]  schuyten vol dreck (bone modder+) ex fund. effect unius equi potentia. Desen toestel bestaet in een zwaer
[62]  radt, benevens eenige Scheppers, die den modder vatten, boven brengen en uytwerpen. De Scheppers
[63]  leggen in een sleuf, zoo dat de modder niet spillen en kan. Daer de gronden hart zyn, moeten the Scheppers
[64]  scherp rontaghtig en van eizer zyn: gelijkmenze tot Dordregt en Rotterdam gebruyckt. In Nort Holland
[65]  zietmen platachtige vaertuigen, daer zant en steenen mede van de gront boven werden gehaelt 8 of 10
[66]  mannen winden daerin een spil om, welke dor zeker eiser werktuig het sand en de steenen uyt het
[67]  water en in het Schip doen komen. Ysschuyten in Holland, quae velo aquatico, citiusque eunt equo celerrimo
[68]  ne cadant, werden planken dwers onder den bodem door gestooken.       


all layers on
all layers off
last version
text layer 1
text layer 2
text replacement
deletion 1
insertion 1


back to index